direct naar inhoud van Artikel 9 Detailhandel
Plan: Bolsward Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.19000000040703VA01

Artikel 9 Detailhandel

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    detailhandel;

b.    het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;

c.    het behoud en herstel van de bestaande karakteristieke hoofdvorm, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”;

 

met daaraan ondergeschikt:

d.    restauratieve voorzieningen;

e.    parkeervoorzieningen;

f.     groenvoorzieningen;

g.    speelvoorzieningen

h.    wegen, straten en paden;

i.      openbare nutsvoorzieningen;

j.      water;

 

met de daarbijbehorende:

k.    erven en terreinen.

2.    Bouwregels

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

a.    winkels voorzover het de eerste bouwlaag betreft, alsmede voor woningen voorzover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft;

b.    ondergeschikte gebouwen en overkappingen ten dienste van de detailhandels- en/of de woonfunctie;

c.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    ter plaatse van de aanduiding “onderdoorgang”, mogen tot een hoogte van 3 m geen gebouwen worden gebouwd;

c.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

d.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde ondergeschikte gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.    de goothoogte van gebouwen zal ten hoogste 3 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van gebouwen zal ten hoogste 5 m bedragen;

c.    de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3 m bedragen;

d.    de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat:

-       ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen;

tenzij de bestaande oppervlakte groter is, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximale oppervlakte geldt.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder c genoemde andere bouwwerken, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedragen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoogste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen.

3.    Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gebouwen voor detailhandel, voorzover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft;

b.    het gebruik van gebouwen voor bewoning, voorzover het de eerste bouwlaag betreft;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsdoeleinden.

 

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot, dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

-       de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;

b.    de aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden, dan wel door veranderde inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt;

c.    de aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:

1.    de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;

2.    de karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen;

3.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad.


4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.