direct naar inhoud van Artikel 31 Beschermd Stadsgezicht
Plan: Bolsward Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.19000000040703VA01

Artikel 31 Beschermd Stadsgezicht

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De voor Beschermd Stadsgezicht aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming (basisbestemming), tevens bestemd voor:

-       het behoud, herstel en de uitbouw van de in paragraaf 2.1. en 2.2. en bijlage 1 (Aanwijzingsbesluit Beschermd Stadsgezicht Bolsward) van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing.

2.    Bouwregels

2. 1. In aanvulling op het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen gelden voor het bouwen van gebouwen en overkappingen binnen een bouwvlak de volgende regels:

a.    indien binnen een bouwvlak de aanduiding “beschermde gevelwand klasse 1” of “beschermde gevelwand klasse 2” of “beschermde gevelwand klasse 3” is opgenomen, geldt de volgende regel:

-       indien een voorbouwgrens is aangegeven, zal de gevel van een gebouw in de aangegeven voorbouwgrens worden gebouwd;

b.    indien binnen een bouwvlak de aanduiding “beschermde gevelwand klasse 2” of “beschermde gevelwand klasse 3” is opgenomen, gelden de volgende regels:

1.    een gebouw zal vrijstaand dan wel individueel aaneen worden gebouwd, waarbij de aangegeven parcellering maatgevend is;

2.    van gebouwen met een dwarskap zal de breedte van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevel ten hoogste 10 m bedragen, tenzij in het bouwvlak een maximale gevelbreedte is aangegeven, in welk geval de breedte van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevel(s) ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven gevelbreedte zal bedragen;

3.    van gebouwen met een langskap zal de breedte van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevel ten hoogste 18 m bedragen, tenzij in het bouwvlak een maximale gevelbreedte is aangegeven, in welk geval de breedte van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevel(s) ten minste 18 m en ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven gevelbreedte zal bedragen;

4.    van gebouwen met een dwarskap zullen de onderlinge goothoogten over een gevelbreedte van meer dan 20 m tenminste 0,3 m van elkaar verschillen;

5.    een gebouw zal worden voorzien van een kap, zoals een zadelkap, schildkap, afgeknotte schildkap of mansardekap dan wel samengestelde delen van deze kapvorm dan wel een afwijkende bestaande kapvorm, waarvan de dakhelling ten minste 30° en ten hoogste 80° zal bedragen, tenzij:


§  de gronden zijn voorzien van de aanduiding "plat dak" in welk geval is toegestaan dat een gebouw (gedeeltelijk) zal worden voorzien van een dak, waarvan de dakhelling minder dan 30° bedraagt;

c.    indien binnen een bouwvlak de aanduiding “beschermde gevelwand klasse 3” is opgenomen, gelden de volgende regels:

1.    de daken van het in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gebouw zullen, met uitzondering van dakopeningen, worden bedekt met natuurlijke materialen, zoals gebakken dakpannen, leisteen of koper, tenzij:

§  de gronden zijn voorzien van de aanduiding "plat dak";

2.    de gevels van het in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gebouw zullen worden opgetrokken uit gebakken stenen en niet worden bedekt of beslagen dan met stuc- of pleisterwerk, tenzij het ondergeschikte bouwdelen, ornamenten/versieringen of geveldetailleringen betreft;

3.    de hoogte van de gevelopeningen van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevels zal ten minste gelijk zijn aan de breedte van de openingen, tenzij het betreft de gevelopeningen in de gevels van de eerste bouwlaag van de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gevels binnen de bestemmingen “Centrum”; “Detailhandel”, “Gemengd - 1” of “Gemengd - 2”;

4.    de in de aangegeven voorbouwgrens gebouwde gebouwen zullen zijn voorzien van een kroonlijst, tenzij sprake is van een bijzondere gevelvorm, waaronder een klokgevel, een trapgevel, een tuitgevel of een halsgevel.

2. 2. In aanvulling op het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen gelden voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak de volgende regels:

a.    binnen een afstand van 6 m, gemeten vanuit de aangegeven voorbouwgrens zullen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd;

b.    vóór de voorbouwgrens of het verlengde daarvan mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.

 

3.    Aanlegvergunning

3. 1. Het is, in het gebied waarop deze bestemming betrekking heeft, verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:

a.    het aanleggen en/of verharden van wegen en paden;

b.    het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen;

c.    het geheel of gedeeltelijk slopen of wijzigen van bruggen en/of kademuren;

d.    het verwijderen c.q. wijzigen van karakteristieke hekwerken en hekpijlers, gevelstoepen en stoeppalen en aan de gevel bevestigde luiken en/of ornamenten/versieringen;

e.    het verwijderen van bomen en opgaande beplanting met een stamdikte van meer dan 0,3 m en/of een grotere aaneengesloten oppervlakte dan 100 m² en/of een grotere aaneengesloten lengte dan 100 m, indien de onderlinge plaatsingsafstand ten hoogste 10 m bedraagt;

f.     het aanleggen en/of wijzigen van beschoeiingen;

g.    het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen;

h.    het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen;

i.      het aanbrengen van afbeeldingen en tekens voor commerciële doeleinden.

3. 2. Het bepaalde in lid 3.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

c.    reeds op basis van de Monumentenwet 1988 zijn beschermd.

3. 3. De in lid 3.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits:

a.    hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in paragraaf 2.1. en 2.2. van de toelichting weergegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied;

b.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad.

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de dubbelbestemming “Beschermd Stadsgezicht” wordt verwijderd, mits:

1.    de betreffende gronden niet langer zijn aangegeven als beschermd stadsgezicht op grond van de Monumentenwet 1988;

2.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

b.    de aanduidingen “beschermde gevelwand klasse 1” of “beschermde gevelwand klasse 2” of “beschermde gevelwand klasse 3” onderling worden gewijzigd, mits:

1.    het aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 35, lid 1 van de Monumentenwet 1988 daartoe aanleiding geeft;

2.    voor de te realiseren bebouwing wordt aangesloten op het gewenste beschermingsniveau zoals aangegeven in figuur 12 van de plantoelichting;

3.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

c.    in de beschermde gevelwand een nieuw bouwvlak wordt aangebracht, mits:

1.    de hierdoor te realiseren bebouwing is bedoeld om een onderbroken gevelwand sluitend of meer gesloten te maken;

2.    de situering van het bouwvlak en de maatvoering van de bebouwing aansluit op de bebouwing op de belendende percelen;

3.    voor de te realiseren bebouwing wordt aangesloten op het gewenste beschermingsniveau zoals aangegeven in figuur 12 van de plantoelichting;

4.    vooraf advies wordt ingewonnen bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten;

5.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

6.    de functie geen onevenredige afbreuk doet aan de ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving;

7.    de te bouwen woningen passend zijn in het vigerende gemeentelijke woonplan, waarover met Gedeputeerde Staten overeenstemming is bereikt;

8.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

d.    de ligging van de aangegeven voorbouwgrens wordt gewijzigd, mits:

-       het straat en bebouwingsbeeld, met name tot uitdrukking komend in de mate waarin de bebouwing in de rooilijn is gebouwd, hierdoor niet in onevenredige mate wordt aangetast;

e.    in een aanduiding een afwijkende gevelbreedte wordt aangebracht, mits:

-       het straat en bebouwingsbeeld, met name tot uitdrukking komend in de hoogte en breedte verhouding van de bebouwing onderling, hierdoor niet in onevenredige mate wordt aangetast;

f.     de aanduiding “plat dak” wordt aangebracht of verwijderd, mits:

-       het straat en bebouwingsbeeld, met name tot uitdrukking komend in de beëindiging van de daken, hierdoor niet in onevenredige mate wordt aangetast.

4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.