direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf - 2
Plan: Bolsward Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.19000000040703VA01

Artikel 4 Bedrijf - 2

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, alsmede voor een distilleerderij, ter plaatse van de aanduiding “distilleerderij”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven;

b.    het wonen, ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”;

 

met daaraan ondergeschikt:

c.    restauratieve voorzieningen;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     speelvoorzieningen;

g.    wegen, straten en paden;

h.    openbare nutsvoorzieningen;

i.      water;

 

met de daarbijbehorende:

j.      tuinen, erven en terreinen.

2.     Bouwregels

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

a.    bedrijfsgebouwen, alsmede een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning” en de daarbijbehorende gebouwen en overkappingen;

b.    andere bouwwerken, waaronder erf- en terreinafscheidingen.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

c.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde bedrijfswoningen en de daarbijbehorende gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.    een bedrijfswoning zal worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”;

b.    er zal per bedrijf ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;

c.    de oppervlakte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 150 m² bedragen;

d.    de goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

e.    de bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

f.     de andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zullen binnen het bouwvlak en bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen bedrijfswoning worden gebouwd;

g.    de goothoogte van andere gebouwen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

h.    de bouwhoogte van andere gebouwen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zal ten hoogste 5 m bedragen;

i.      de bouwhoogte van overkappingen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

j.      de gezamenlijke oppervlakte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat:

-       ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde andere bouwwerken, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedragen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoogste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen.

3.    Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van bedrijfsgebouwen voor bewoning;

b.    het gebruik van andere gebouwen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie voor zelfstandige bewoning;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, dan wel indien de gronden zijn voorzien van een aanduiding met een specifieke bedrijfstypering, het gebruik van deze gronden en bouwwerken voor andere dan deze c.q. de in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 genoemde bedrijven;

d.    het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in de vorm van productiegebonden detailhandel;

e.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor de opslag en verkoop van vuurwerk;

f.     het gebruik van gronden en bouwwerken als verkooppunt van motorbrandstoffen.


4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot, dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

1.    de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;

2.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m zal bedragen;

b.    bedrijven kunnen worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, mits:

1.    het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben;

2.    het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

c.    de ligging van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt gewijzigd, mits:

1.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m zal bedragen;

2.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

d.    de aanduiding “distilleerderij” wordt verwijderd, mits:

-       de betreffende functie ter plaatse is beëindigd;

e.    de aanduiding “bedrijfswoning” wordt verwijderd;

f.     de aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden, dan wel door veranderde inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt;

g.    de aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:

1.    de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;

2.    de karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen;

3.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad.

4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.