direct naar inhoud van Artikel 36 Algemene wijzigingsregels
Plan: Bolsward Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.19000000040703VA01

Artikel 36 Algemene wijzigingsregels

 

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming(en) “Bedrijf - 1”, “Bedrijf - 2”, “ Bedrijf - Opslag”, “Detailhandel”, “Dienstverlening”, “Horeca - 1”, “Horeca - 2”, “Horeca - 3”, Horeca - 4”, “Kantoor”, “Maatschappelijk - 1” of “Maatschappelijk - 2” wordt gewijzigd in de bestemming(en) “Wonen” en/of “Tuin”, mits:

1.    de betreffende functie ter plaatse is beëindigd;

2.    deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast voor hergebruik van de bestaande gebouwen;

3.    vooraf advies wordt ingewonnen bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten;

4.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

5.    het uiterlijk van het betreffende gebouw niet wordt aangetast;

6.    vooraf een bodemonderzoek is uitgevoerd;

7.    de woonfunctie geen onevenredige afbreuk doet aan de ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving;

8.    de te bouwen woningen passend zijn in het vigerende gemeentelijke woonplan, waarover met Gedeputeerde Staten overeenstemming is bereikt;

9.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

10.  na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemming(en) “Wonen” en/of “Tuin” van overeenkomstige toepassing zijn;

b.    de bestemming “Wonen” en/of “Tuin” wordt gewijzigd in de bestemming “Bedrijf - 1”, “Bedrijf - 2”, “Detailhandel” of “Dienstverlening”, mits:

1.    vestiging niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de in het centrumgebied bestaande voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door dringende reden wordt gerechtvaardigd;

2.    er in de directe omgeving sprake blijft van een evenwichtige functieverdeling, waarbij de woonfunctie in redelijke mate vertegenwoordigd blijft;

3.    vooraf advies wordt ingewonnen bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten;

4.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

5.    het uiterlijk van het betreffende gebouw niet wordt aangetast;

6.    er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt;

7.    de betreffende functie op een adequate wijze wordt ontsloten;

8.    de verkeersdruk in de naaste omgeving niet onevenredig toeneemt;

9.    het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

10.  na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemming “Bedrijf - 1”, “Bedrijf - 2”, “Detailhandel” of “Dienstverlening” van overeenkomstige toepassing zijn;

c.    de bestemming(en) “Groen”, “Bedrijf - 2”, “Bedrijf - Nutsvoorzieningen“ en/of Bedrijf - Opslag” wordt gewijzigd in de bestemming “Verkeer - Parkeren” en/of “Wonen - Woongebouw”, alsmede nieuwe bouwvlakken worden aangebracht, mits:

1.    de gronden zijn voorzien van de aanduiding “wijziging naar wonen en/of parkeerterrein van toepassing”;

2.    indien het een wijziging naar de bestemming “Wonen - Woongebouw” betreft:

a.    het aantal woningen ten hoogste 7 zal bedragen;

b.    de woonfunctie geen onevenredige afbreuk doet aan de ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving;

c.    de te bouwen woningen passend zijn in het vigerende gemeentelijke woonplan, waarover met Gedeputeerde Staten overeenstemming is bereikt;

d.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

e.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemming “Wonen - Woongebouw“ van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat de goot- en bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen;

3.    indien het een wijziging naar de bestemming “Verkeer - Parkeren” betreft:

a.    het parkeerterrein op een adequate wijze wordt ontsloten;

b.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemming “Verkeer - Parkeren“ van overeenkomstige toepassing zijn;

4.    vooraf advies wordt ingewonnen bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten;

5.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan mogelijke archeologische waarden, waarbij:

a.    op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn; of

b.    op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of

c.    de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:

-     een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of

-     een verplichting tot het doen van opgravingen; of

-     een verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de wijziging voorwaarden te verbinden als bedoeld in sublid c. wordt de provinciaal archeoloog om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de wijziging niet toegepast.

6.    vooraf een advies is verkregen van de Commissie Binnenstad;

7.    vooraf een bodemonderzoek is uitgevoerd;

8.    er vooraf overleg heeft plaatsgevonden met Wetterskip Fryslân over onder andere het realiseren van voldoende oppervlaktewater;

d.    de dubbelbestemming “Archeologisch, cultuurhistorisch en (cultuur)landschappelijk waardevol gebied” wordt aangebracht, mits:

1.    door aanvullend historisch onderzoek archeologische, cultuurhistorische en (cultuur)landschappelijke waarden van terreinen naar voren komen;

2.    vooraf een advies is verkregen van de provinciaal archeoloog;

3.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemming “Archeologisch, cultuurhistorisch en (cultuur)land-schappelijk waardevol gebied” van overeenkomstige toepassing zijn.