direct naar inhoud van Artikel 40 Wonen - Woongebouw
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 40 Wonen - Woongebouw

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Wonen - Woongebouw aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of be­drijfsactiviteit aan huis;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.    wegen, woonstraten en paden;

c.    parkeervoorzieningen;

d.    groenvoorzieningen;

e.    speelvoorzieningen;

f.     openbare nutsvoorzieningen;

g.    water;

 

met de daarbij behorende:

h.    tuinen, erven en terreinen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    woongebouwen;

b.    andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de woonfunctie;

c.    gebouwen ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage;

d.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en mas­ten.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde woongebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    een woongebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    indien op de plankaart een bebouwingspercentage is aangegeven, zal het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het op de plankaart in het bouwvlak aangegeven percentage bedragen;

c.    de goothoogte van een woongebouw zal ten hoogste de op de plan­kaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

d.    de bouwhoogte van een woongebouw zal ten hoogste de op de plan­kaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde andere gebou­wen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

a.    de goothoogte van gebouwen zal ten hoogste 3 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van gebouwen zal ten hoogste 5 m bedragen;

c.    de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3 m bedragen;

d.    de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel zal ten hoogste 100 m² be­dragen, met dien verstande dat:

-       ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder c genoemde gebouwen ten be­hoeve van een ondergrondse parkeergarage gelden de volgende bepa­lingen:

a.    een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage zal bin­nen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de diepte van een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeer­garage zal ten hoogste 5 m bedragen;

c.    een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage zal ten hoogste één bouwlaag tellen.

2. 5. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalin­gen:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedra­gen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoog­ste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:

1.    de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

2.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen;

tenzij op de plankaart in een bouwperceel een andere hoogte is aangege­ven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstan­dige woning;

b.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor beroeps- of bedrijfsactivi­teit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloerop­pervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m².

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de oppervlakte van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt ver­groot, dan wel de ligging van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

1.    de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouw­vlak zal bedragen;

2.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten min­ste 3 m zal bedragen;

3.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

b.    op de plankaart in een bouwperceel een oppervlaktemaat wordt aange­bracht, of in het geval van een bestaande maat wordt gewijzigd, welke aangeeft tot welke oppervlakte er gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak mogen worden gebouwd, mits:

1.    de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bui­ten een bouwvlak ten hoogste 200 m² zal bedragen;

2.    ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen;

c.    op de plankaart in een bouwperceel een grotere hoogte voor het bou­wen van antennemasten wordt aangegeven, mits:

-       de hoogte ten hoogste 25 m zal bedragen.

4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder b en c is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.