direct naar inhoud van Artikel 34 Wonen - B2 (twee onder één kap)
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 34 Wonen - B2 (twee onder één kap)

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Wonen - B2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of be­drijfsactiviteit aan huis;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.    groenvoorzieningen;

c.    parkeervoorzieningen;

d.    speelvoorzieningen;

e.    wegen, straten en paden;

f.     openbare nutsvoorzieningen;

g.    water;

 

met de daarbij behorende:

h.    tuinen, erven en verhardingen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    gebouwen en overkappingen ten behoeve van het wonen, zoals woonhui­zen;

b.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en mas­ten.

2. 2. Bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak

Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

a.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 7 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 14 m bedragen;

c.    het aantal woonhuizen zal per bouwvlak ten hoogste twee bedragen;

d.    de gebouwen dienen over een afstand van ten minste 60% van de breedte van de gevel in de voorbouwgrens te worden gebouwd.

2. 3. Bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

a.    gebouwen en overkappingen mogen niet worden gebouwd, ter plaatse van de aanduiding “geen erfbebouwing”;

b.    de goothoogte van vrijstaande gebouwen zal ten hoogste 3 m bedra­gen;

c.    de goothoogte van aangebouwde gebouwen zal ten hoogste 3,25 m be­dragen;

d.    de bouwhoogte van gebouwen zal ten hoogste 5 m bedragen;

e.    de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3 m bedragen;

f.     de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel zal ten hoogste 50 m² be­dragen, met dien verstande dat:

-       ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

2. 4. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalin­gen:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedra­gen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoog­ste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedra­gen, met dien verstande dat:

1.    de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

2.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen;

tenzij op de plankaart in een bouwperceel een andere hoogte is aangege­ven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstan­dige woning;

b.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor beroeps- of bedrijfsactivi­teit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloerop­pervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m².

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Wonen - B2” wordt gewijzigd in de bestemming “Wo­nen - B1”, “Wonen - B3” of “Tuin”, mits:

-       na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van de bestemmingen “Wonen – B1”, “Wonen – B3” of “Tuin” van over­eenkomstige toepassing zijn;

b.    de oppervlakte van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt ver­groot, dan wel de ligging van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

1.    de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouw­vlak zal bedragen;

2.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten min­ste 3 m zal bedragen;

3.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

c.    de bouwhoogte van een buiten het bouwvlak gelegen gebouw wordt ver­groot, mits:

1.    de bouwhoogte ten minste 1 m lager is dan de bestaande bouw­hoogte van het op hetzelfde bouwperceel gelegen gebouw dat bin­nen het bouwvlak is gebouwd, met dien verstande dat de bouw­hoogte ten hoogste 7 m bedraagt;

2.    de lengte van de vergroting niet meer bedraagt dan 75% van de lengte van het bestaande binnen het bouwvlak gelegen gebouw be­horende bij hetzelfde bouwperceel;

3.    de afstand van de vergroting tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 1 m bedraagt, tenzij het gebouw wordt aangebouwd aan een gebouw op het naastgelegen bouwperceel;

4.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie van het naastgelegen bouwperceel;

d.    op de plankaart in een bouwperceel een grotere hoogte voor het bou­wen van antennemasten wordt aangegeven, mits:

-       de hoogte ten hoogste 25 m zal bedragen.

4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de m­ilieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijk­heden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a, b en c is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder d is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.