direct naar inhoud van Artikel 25 Verkeer - Verblijf 1
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 25 Verkeer - Verblijf 1

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Verkeer - Verblijf 1 aangewezen gronden zijn be­stemd voor:

a.    (woon)straten en pleinen;

b.    paden;

c.    parkeervoorzieningen;

 

met daaraan ondergeschikt:

d.    terrein voor periodieke evenementen, waaronder openluchtevenemen­ten, ter plaatse van de aanduiding “evenemententerrein”;

e.    incidentele evenementen;

f.     een berging bij een woonschip, ter plaatse van de aanduiding “tijdelijke ligplaats woonschip”;

g.    groenvoorzieningen;

h.    speelvoorzieningen;

i.      water;

j.      openbare nutsvoorzieningen;

k.    tuinen, erven en terreinen;

l.      terrassen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    garageboxen, ter plaatse van de aanduiding “garageboxen”;

b.    een gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip, ter plaatse van de aanduiding “tijdelijke ligplaats woonschip”;

c.    een gebouw ten behoeve van het openbaar vervoer, ter plaatse van de aanduiding “gebouw openbaar vervoer”;

d.    andere bouwwerken, zoals wachtruimtes voor openbaar vervoer, stalling­ruimten voor (brom)fietsen, palen, masten en kunstwerken.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde garageboxen gel­den de volgende bepalingen:

a.    garagebox mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aandui­ding “garageboxen”;

b.    ter plaatse van de aanduiding “garageboxen”, dienen de garageboxen aaneen te worden gebouwd;

c.    de bouwhoogte van een garagebox zal ten hoogste 3 m bedragen;

d.    de oppervlakte van een garagebox zal ten hoogste 20 m² bedragen.


2. 3. Voor het bouwen van het in lid 2.1. onder b genoemde gebouw ten be­hoeve van een berging bij een woonschip gelden de volgende bepalingen:

a.    een gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip mag uitslui­tend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “tijdelijke lig­plaats woonschip”;

b.    er zal ten hoogste één gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip worden gebouwd;

c.    de oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste 10 m² bedragen;

d.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,5 m bedragen.

2. 4. Voor het bouwen van het in lid 2.1. onder c genoemde gebouw ten be­hoeve van het openbaar vervoer gelden de volgende bepalingen:

a.    een gebouw ten behoeve van het openbaar vervoer mag uitsluitend wor­den gebouwd ter plaatse van de aanduiding “gebouw openbaar ver­voer”;

b.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,5 m bedragen.

2. 5. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder d genoemde andere bouwwer­ken gelden de volgende bepalingen:

a.    de hoogte van palen en masten zal ten hoogste 10 m bedragen;

b.    de hoogte van overige andere bouwwerken, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5 m bedragen;

tenzij op de plankaart in een aanduiding een andere hoogte is aangegeven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor een evenemententerrein, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “evenemententerrein”, in welk geval periodieke evenementen zijn toe­gestaan voor ten hoogste 7 keer per jaar, waarbij de tijdsduur van een afzonderlijk evenement niet meer mag bedragen dan ten hoogste 7 da­gen;

b.    het gebruik van gronden ten behoeve van voorzieningen voor een woon­schip, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “tijdelijke ligplaats woonschip”;

c.    het gebruik van de gronden, die op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “tijdelijke ligplaats woonschip”, als tijdelijke ligplaats voor een woonschip met een hoogte van meer dan 3,5 m;

d.    het gebruik van de gronden die op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “tijdelijke ligplaats woonschip”, als ligplaats voor meer dan één woonschip.


4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Verkeer - Verblijf 1” wordt gewijzigd in de bestemmin­gen “Tuin”, “Wonen - A1”, “Wonen - A2”, “Wonen - B1”, “Wonen - B2” en/of “Wonen - Woongebouw”, alsmede nieuwe bouwvlakken op de plankaart worden aangebracht, mits:

1.    deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding “wijziging naar wonen 1”;

2.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van de bestemmingen “Tuin”, “Wonen - A1”, “Wonen - A2”, “Wonen - B1”, “Wonen - B2” en/of “Wonen - Woongebouw“ van overeenkom­stige toepassing zijn, met dien verstande dat indien het een wijzi­ging naar de bestemming “Wonen - Woongebouw” betreft de goot- en bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;

3.    het aantal woningen ten hoogste 60 zal bedragen;

4.    de woonfunctie geen onevenredige afbreuk doet aan de ontwikke­lingsmogelijkheden van functies in de omgeving;

5.    de te bouwen woningen passend zijn in het vigerende gemeente­lijke woonplan, waarover met Gedeputeerde Staten overeenstem­ming is bereikt;

6.    er vooraf overleg heeft plaatsgevonden met Wetterskip Fryslân over onder andere het realiseren van voldoende oppervlaktewater;

7.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

b.    de bestemming “Verkeer - Verblijf 1” wordt gewijzigd in de bestemming “Bedrijf - Nutsvoorzieningen” voor de bouw van transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:

1.    de oppervlakte ten hoogste 50 m² zal bedragen;

2.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van de bestemming “Bedrijf - Nutsvoorzieningen” van overeenkomstige toepassing zijn;

c.    op de plankaart een nieuw bouwvlak wordt aangegeven, mits:

-       de oppervlakte ten hoogste 20 m² zal bedragen;

d.    de aanduiding “garageboxen” op de plankaart wordt aangegeven;

e.    de aanduiding “garageboxen” van de plankaart wordt verwijderd;

f.     de aanduiding “tijdelijke ligplaats woonschip" van de plankaart wordt ver­wijderd, mits:

-       er sprake is van een wisseling in de woonsituatie waarbij de woon­functie ter plaatse wordt beëindigd;

g.    de aanduiding “gebouw openbaar vervoer” van de plankaart wordt verwij­derd;

h.    een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt verwijderd;

i.      op de plankaart in een aanduiding een grotere hoogte voor het bouwen van andere bouwwerken wordt aangegeven, mits:


1.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 25 m zal bedragen;

2.    de hoogte van overige andere bouwwerken ten hoogste 10 m zal be­dragen.

4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a t/m c is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder d t/m i is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.