direct naar inhoud van Artikel 18 Maatschappelijk - 1
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 18 Maatschappelijk - 1

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Maatschappelijk - 1 aangewezen gronden zijn be­stemd voor:

a.    educatieve en informatieve voorzieningen en kinderopvang;

b.    levensbeschouwelijke voorzieningen;

c.    medische en sociaal-medische voorzieningen;

d.    het wonen, ter plaatse van de aanduiding “dienstwoning”;

 

met daaraan ondergeschikt:

e.    restauratieve voorzieningen;

f.     parkeervoorzieningen;

g.    groenvoorzieningen;

h.    speelvoorzieningen;

i.      wegen, straten en paden;

j.      openbare nutsvoorzieningen;

k.    water;

 

met de daarbij behorende:

l.      tuinen, erven en terreinen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals scholen, bibliotheken, kinderdagverblijven, kerken, thuiszorginstellingen, ziekenhuizen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, alsmede een dienstwoning ter plaatse van de aanduiding “dienstwoning” en de daarbij behorende gebouwen en overkappingen;

b.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en mas­ten.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde gebouwen ten be­hoeve van maatschappelijke voorzieningen gelden de volgende bepalin­gen:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    indien op de plankaart een bebouwingspercentage is aangegeven, zal het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het op de plankaart in het bouwvlak aangegeven percentage bedragen;

c.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

d.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde dienstwoning en de daarbij behorende gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

a.    een dienstwoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “dienstwoning”;

b.    er zal per aanduiding “dienstwoning”, ten hoogste één dienstwoning wor­den gebouwd;

c.    de oppervlakte van een dienstwoning zal ten hoogste 150 m² bedragen;

d.    indien op de plankaart een bebouwingspercentage is aangegeven, zal het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het op de plankaart in het bouwvlak aangegeven percentage bedragen;

e.    de goothoogte van een dienstwoning zal ten hoogste de op de plan­kaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

f.     de bouwhoogte van een dienstwoning zal ten hoogste de op de plan­kaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

g.    de andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (dienst)woonfunctie zullen binnen een bouwvlak en bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen dienstwoning worden gebouwd;

h.    de goothoogte van andere gebouwen ten dienste van de (dienst)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

i.      de bouwhoogte van andere gebouwen ten dienste van de (dienst)woonfunctie zal ten hoogste 5 m bedragen;

j.      de bouwhoogte van overkappingen ten dienste van de (dienst)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

k.    de gezamenlijke oppervlakte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (dienst)woonfunctie zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat:

1.    het in lid d genoemde bebouwingspercentage in acht wordt geno­men;

2.    ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde andere bouwwer­ken gelden de volgende bepalingen:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedra­gen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoog­ste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:

1.    de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

2.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen;

c.    in afwijking van het gestelde in sub b zal ter plaatse van de aanduiding “afwijkende bouwhoogte”, de hoogte van een stalen toren ten hoogste 14,5 m bedragen;

tenzij op de plankaart in een bouwperceel een andere hoogte is aangege­ven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.


3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van dienstgebouwen voor bewoning;

b.    het gebruik van andere gebouwen ten dienste van de (dienst)woonfunctie voor zelfstandige bewoning;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken als zelfstandig horecabedrijf;

d.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel.

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Maatschappelijk - 1” wordt gewijzigd in de bestemming “Maatschappelijk - 2”, mits:

1.    de betreffende functie op een adequate wijze wordt ontsloten;

2.    er voldoende parkeergelegenheden in het gebied aanwezig zijn;

b.    de oppervlakte van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt ver­groot, dan wel de ligging van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

1.    de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouw­vlak zal bedragen;

2.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten min­ste 3 m zal bedragen;

3.    de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

c.    de ligging van de aanduiding “dienstwoning” wordt gewijzigd, mits:

1.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten min­ste 3 m zal bedragen;

2.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

d.    de aanduiding “dienstwoning” van de plankaart wordt verwijderd;

e.    op de plankaart in een bouwvlak een (ander) bebouwingspercentage en/of andere goothoogte en/of andere bouwhoogte wordt aangegeven, mits:

1.    het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;

2.    de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen;

3.    de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;

f.     op de plankaart in een bouwperceel een grotere hoogte voor het bou­wen van andere bouwwerken wordt aangegeven, mits:

1.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 25 m zal bedragen;

2.    de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 10 m zal bedragen.


4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a en b is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder c t/m f is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.