direct naar inhoud van Artikel 13 Groen
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 13 Groen

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    groenvoorzieningen;

b.    het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwaarden van de aanwezige bomen en het houtgewas, ter plaatse van de aanduiding “beschermenswaardig groen”;

 

met daaraan ondergeschikt:

c.    bermen en beplanting;

d.    wegen en paden;

e.    parkeervoorzieningen;

f.     water;

g.    het recreatief medegebruik;

h.    incidentele evenementen;

i.      een berging bij een woonschip, ter plaatse van de aanduiding “ligplaats woonschip”;

j.      speelvoorzieningen;

k.    openbare nutsvoorzieningen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen;

b.    een gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip, ter plaatse van de aanduiding “ligplaats woonschip”;

c.    andere bouwwerken, zoals terreinafscheidingen, speelvoorzieningen, masten, palen en kunstobjecten.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde gebouwen ten be­hoeve van sanitaire voorzieningen gelden de volgende bepalingen:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

c.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van het in lid 2.1. onder b genoemde gebouw ten be­hoeve van een berging bij een woonschip gelden de volgende bepalingen:

a.    een gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip mag uitslui­tend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “ligplaats woonschip”;

b.    er zal ten hoogste één gebouw ten behoeve van een berging bij een woonschip worden gebouwd;

c.    de oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste 20 m² bedragen;

d.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,5 m bedragen.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder c genoemde andere bouwwer­ken gelden de volgende bepalingen:

-       de hoogte van andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:

-       de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

tenzij op de plankaart in een aanduiding een andere hoogte is aangegeven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gronden ten behoeve van voorzieningen voor een woon­schip, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “ligplaats woonschip”;

b.    het gebruik van de gronden, die op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “ligplaats woonschip”, als ligplaats voor een woonschip met een hoogte van meer dan 3,5 m;

c.    het gebruik van de gronden die op de plankaart zijn voorzien van de aan­duiding “ligplaats woonschip”, als ligplaats voor meer dan één woonschip.

4.    Aanlegvergunning

4. 1. Ter plaatse van de aanduiding "beschermenswaardig groen” is het ver­boden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Bur­gemeester en Wethouders (aanlegvergunning), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

-       het kappen en/of verwijderen van bomen en houtgewas over een opper­vlakte groter dan 100 m².

4. 2. Het bepaalde in lid 4.1. is niet van toepassing op werken, geen bouw­werken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

4. 3. De in lid 4.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend in­dien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden van de gronden.


5.    Wijzigingsbevoegdheid

5. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Groen” wordt gewijzigd in de bestemming “Wonen - Woongebouw”, alsmede nieuwe bouwvlakken op de plankaart worden aangebracht, mits:

1.    deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding “wijziging naar Wonen - Woongebouw”;

2.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van de bestemmingen “Wonen - Woongebouw“ van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat de goot- en bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;

3.    het aantal woningen ten hoogste 20 zal bedragen;

4.    de ruimtelijke opzet en vormgeving van het woongebouw aansluit bij het omringende woongebied;

5.    de woonfunctie geen onevenredige afbreuk doet aan de ontwikke­lingsmogelijkheden van functies in de omgeving;

6.    de te bouwen woningen passend zijn in het vigerende gemeente­lijke woonplan, waarover met Gedeputeerde Staten overeenstem­ming is bereikt;

7.    er vooraf overleg heeft plaatsgevonden met Wetterskip Fryslân over onder andere het realiseren van voldoende oppervlaktewater;

8.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

b.    de bestemming “Groen” wordt gewijzigd in de bestemming “Bedrijf - Nuts­voorzieningen” voor de bouw van transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:

1.    de oppervlakte ten hoogste 50 m² zal bedragen;

2.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van de bestemming “Bedrijf - Nutsvoorzieningen” van overeenkomstige toepassing zijn;

c.    op de plankaart een nieuw bouwvlak wordt aangegeven, mits:

-       de oppervlakte ten hoogste 20 m² zal bedragen;

d.    een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt verwijderd;

e.    op de plankaart in een aanduiding een grotere hoogte voor het bouwen van andere bouwwerken wordt aangegeven, mits:

-       de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 10 m zal bedragen.

5. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 5.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan bestaande landschappelijke en natuurwaarden, het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de ver­keersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gron­den.


6.    Procedurebepalingen

6. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 5.1. onder a t/m c is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

6. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 5.1. onder d en e is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.