direct naar inhoud van Artikel 12 Gemengd - 3
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 12 Gemengd - 3

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    detailhandel in voedings- en genotmiddelen;

b.    dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen;

c.    levensbeschouwelijke voorzieningen;

d.    medische en sociaal-medische voorzieningen;

e.    sociaal-culturele voorzieningen;

f.     het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of be­drijfsactiviteit aan huis;

 

met daaraan ondergeschikt:

g.    restauratieve voorzieningen;

h.    parkeervoorzieningen;

i.      groenvoorzieningen;

j.      speelvoorzieningen;

k.    wegen, straten en paden;

l.      openbare nutsvoorzieningen;

m.   water;

 

met de daarbij behorende:

n.    tuinen, erven en terreinen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoel in lid 1, mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    gebouwen ten dienste van de bestemming zoals supermarkten, kanto­ren, praktijkruimten, kerken en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen voorzover het de eerste bouwlaag betreft alsmede woningen voorzover het tweede en/of hogere bouwlaag betreft;

b.    gebouwen ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage;

c.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en mas­ten.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde gebouwen gel­den de volgende bepalingen:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    indien op de plankaart een bebouwingspercentage is aangegeven, zal het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het op de plankaart in het bouwvlak aangegeven percentage bedragen;

c.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

d.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de plankaart in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde gebouwen ten be­hoeve van een ondergrondse parkeergarage gelden de volgende bepa­lingen:

a.    een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage zal bin­nen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de diepte van een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeer­garage zal ten hoogste 5 m bedragen;

c.    een gebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage zal ten hoogste één bouwlaag tellen.

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder c genoemde andere bouwwer­ken gelden de volgende bepalingen:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedra­gen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoog­ste 2 m zal bedragen;

b.    de hoogte van andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:

1.    de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

2.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen;

tenzij op de plankaart in een bouwperceel een andere hoogte is aangege­ven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken, ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

3. 1. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor de in lid 1 onder a t/m e genoemde functies, voorzover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft;

b.    het gebruik van gebouwen voor bewoning, voorzover het de eerste bouwlaag betreft;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor beroeps- of bedrijfsactivi­teit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloerop­pervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²;

d.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzonde­ring van detailhandel in voedings- en genotmiddelen, in welk geval de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel in voedings- en ge­notmiddelen per supermarkt ten minste 1.000 m² zal bedragen;

e.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van meer dan 1.000 kg;

f.     het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsdoeleinden, an­ders dan dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellin­gen.


4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de oppervlakte van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt ver­groot, dan wel de ligging van een op de plankaart aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

-       de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouw­vlak zal bedragen;

b.    op de plankaart in een bouwvlak een andere goothoogte en/of andere bouwhoogte wordt aangegeven, mits:

1.    de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen;

2.    de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;

c.    op de plankaart in een bouwperceel een grotere hoogte voor het bou­wen van andere bouwwerken wordt aangegeven, mits:

1.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 25 m zal bedragen;

2.    de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 10 m zal bedragen.

4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder b en c is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.