direct naar inhoud van Artikel 1 Begripsbepalingen
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

 

aan- en afmeersteiger:

constructie aan een oever of kade, in of op het water, die hoofdzakelijk dient voor het aanleggen en ligplaats innemen van vaartuigen;

 

aanduidingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de voorschriften regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

 

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

 

aangebouwd gebouw:

een buiten het bouwvlak gelegen gebouw dat aan een binnen het bouwvlak gelegen gebouw is aangebouwd;

 

ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

 

bar:

een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt;

 

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken;

 

bebouwingspercentage:

een in de voorschriften dan wel op de plankaart aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) an­dere bouwwerken;

 

bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

 

bedrijfswoning/dienstwoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts be­doeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, ge­let op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;


beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

 

beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis:

een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in bijlage 2, dan wel een naar de aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat:

a.    het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt;

b.    de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunc­tie in overeenstemming is, waarbij:

-       het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast;

-       het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning;

-       het niet gaat om vormen van horeca, met uitzondering van logiesver­strekking in de vorm van bed en brôchje;

-       het niet gaat om vormen van detailhandel, tenzij het kleinschalige de­tailhandel betreft die direct verband houd met de beroeps- of be­drijfsactiviteit aan huis of kleinschalige detailhandel via het internet;

-       er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt;

 

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale (bruto) vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, een (dienstverlenend) bedrijf en/of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

 

bestaand:

a.    ten aanzien van bouwwerken, werken geen bouwwerken zijnde en werk­zaamheden:

-       bestaand ten tijde van de eerste ter-inzage-legging van het ontwerp van dit plan;

b.    ten aanzien van het overige gebruik:

-       bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan;

 

bestemmingsgrens:

een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestem­mingsvlak;

 

bestemmingsvlak:

een op de plankaart aangeven vlak met eenzelfde bestemming;

 

bijzondere recreatieve voorziening:

een voorziening voor de uitoefening van een specifieke vorm van (spor­tieve) recreatie;


bijzondere woonvorm:

een voorziening voor de huisvesting van personen die bij hun normale, da­gelijkse functioneren, huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medi­sche begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals bejaarden of gehandi­capten;

 

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of verande­ren en het vergroten van een bouwwerk;

 

bouwgrens:

een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouw­vlak;

 

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benade­ring gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met in­begrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

 

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstan­dige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

 

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel;

 

bouwvlak:

een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten;

 

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander mate­riaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

 

café:

een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen ge­spreide bezoekersfrequentie gedurende de dag en een hoge bezoekersfre­quentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt;

 

cultuurgrond:

grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden (gronden voor houtteelt daaron­der begrepen) met uitzondering van bosgronden;

 

cultuurhistorische waarden:

waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, ele­menten en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschie­denis en/of het gebruik door de mens in de loop van die geschiedenis;

 

cultuurlandschappelijke waarden:

een gebied met een toegekende waarde, ontstaan door het gebruik van dat gebied in de loop van de ge­schiedenis door de mens en dat behou­den dient te worden;

 

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

 

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

 

dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:

een bedrijf of instelling, waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verle­nen van diensten op administratief, adviesgevend, financieel, informatie­techn(olog)isch, intermediair, juridisch, (lichaams)verzorgend, ontwerp­technisch, (para-/sociaal-)medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stel­len terrein, alsmede uitzend- en/of detacheringsbedrijven, uitleen- en/of verhuurbedrijven in kleinschalige roerende goederen, zoals video- of bibli­otheken,

één en ander evenwel met uitzondering van seksinrichtingen, uitleen- en verhuurbedrijven in grootschalige roerende goederen, zoals transportmid­delen, machines of werktuigen en reparatie- en herstelbedrijven, waaronder een garagebedrijf;

 

dumpwinkel:

detailhandelsbedrijf met een overdekt verkoop- en opslagvloeroppervlak van minimaal 600 m² waarop een volledig assortiment aan legerartikelen, motorartikelen, camping- en outdoorartikelen, werkkleding en kleingereed­schap wordt aangeboden alsmede een groothandel in Amerikaanse im­portartikelen met als nevenactiviteit de reparatie en verhuur van tenten en de reparatie van overig textiel als bootkappen en huiven;

 

eerste bouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond;

 

erf:

het binnen de (woon)bestemming gelegen gedeelte van het bouwperceel, met uitzondering van het binnen het bouwvlak gelegen gedeelte van het bouwperceel;

 

erker:

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouw­kundig bestaande uit een “lichte” constructie met een overwegend transpa­rante uitstraling;

 

 

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voor­stellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

 

evenement:

een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het regu­liere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijde­lijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of ver­maak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of een daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, e.d.;

 

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

 

gebruiksmogelijkheden:

de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;

 

geluidsbelasting:

de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;

 

geluidsgevoelige objecten:

gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebou­wen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluid­hinder;

 

geluidszoneringsplichtige inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vast­gesteld;

 

goothoogte:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boei­bord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

 

hogere grenswaarde:

een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voor­keurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder;

 

hoekerker:

een erker die aan twee gevels van een hoofdgebouw is gebouwd;


horecabedrijf:

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor verkoop aan het publiek wordt bereidt en verstrekt, al dan niet voor consumptie ter plaatse, en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte ver­maaksfunctie;

horecabedrijf categorie 1:

een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk over­dag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, petit-restaurant, snackbar, snack-kiosk, tearoom, traiteur en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

horecabedrijf categorie 2:

een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie ge­durende de avond, dat voornamelijk is gericht op het bereiden en verstrek­ken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een bar, (grand)café, eetcafé, restaurant, café-restaurant en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, al dan niet in combinatie met logiesvertrekking of een zalencentrum;

 

horecabedrijf categorie 3:

een horecabedrijf, dat voornamelijk is gericht op het ’s avonds en/of ‘s nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een bar-dancing, discotheek, nachtclub en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

 

horecabedrijf categorie 4:

een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het tegen vergoeding ver­strekken van logies, zoals een hotel, motel, pension en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met een restaurant of een café-restaurant;

 

hotel:

een horecabedrijf waar tegen vergoeding, naast logies, ook maaltijden en dranken kunnen worden verstrekt;

 

houtteelt:

een bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de meldings- en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet;

 

incidenteel evenement:

een eenmalig, niet periodiek terugkerend evenement;

 

kampeermiddel:

a.    een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;

b.    enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of ge­deelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde;

één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

kantine:

een restauratieve voorziening ten dienste van een bedrijf of instelling, ge­richt op het verstrekken van etenswaren, eenvoudige maaltijden en/of dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling;

 

kantoor:

een gebouw zonder of met een ondergeschikte publieksgerichte functie, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werk­zaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)-overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen dienstverlenende bedrijven en instellingen;

 

kantoorvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt ge­bruikt voor een kantoor, inclusief opslag- en administratieruimten, en der­gelijke;

 

kap:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling;

 

kunstobject:

voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

kunstwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastruc­turele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voor­ziening;

 

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle in­richting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

 

landschappelijke waarden:

waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aan­wezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied;

 

logiesverstrekking:

een horecabedrijfsactiviteit, die enkel of in hoofdzaak is gericht op het te­gen vergoeding verstrekken van logies en waarbij de logieseenheden zijn ingericht als nachtverblijf, zoals een hotel, pension of kampeerboerderij;

meetverschil:

een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de plankaart aangegeven bestemmings- of bouwgrens;

 

milieuafstand:

de grootste voor een bepaald bedrijfstype in acht te nemen (richtlijn)afstand ten opzichte van een milieugevoelige functie in verband met door dat be­drijfstype veroorzaakte hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of tril­ling, zoals weergegeven in de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeente (1999);

 

milieusituatie:

de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;

 

natuurwaarden:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied;

 

openbare nutsvoorzieningen:

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gema­len, telefooncellen en zendmasten;

 

overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;

 

peil:

a.    indien op of in het land wordt gebouwd:

de hoogte van het afgewerkte omliggende terrein ter plaatse van dit bouwwerk met dien verstande dat, indien het bouwwerk zal zijn gelegen op een nog onbebouwd perceel, deze hoogte ten hoogste 0,5 m ligt bo­ven of beneden de hoogte van de kruin van de weg waarop het perceel wordt ontsloten, eventueel natuurlijk aanwezige reliëfverschillen buiten beschouwing gelaten.

Indien de hoogte van het afgewerkte terrein niet aan alle zijden van het bouwwerk gelijk is, wordt het peil gerekend:

-       voor erf- of terreinafscheidingen: vanaf de zijde waar het afgewerkte omliggende terrein het hoogst is;

-       voor bouwwerken, anders dan terreinafscheidingen: vanaf de zijde waar het omliggende afgewerkte terrein het laagst is;

incidenteel aangebrachte en ondergeschikte ophogingen en verdiepin­gen buiten beschouwing gelaten;


b.    indien op of in het water wordt gebouwd:

-       het ter plaatse door het waterschap ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vastgestelde waterpeil;

 

periodiek evenement:

een evenement dat in min of meer dezelfde vorm met een zekere regel­maat (bijvoorbeeld wekelijks, maandelijks of (half)jaarlijks) wordt gehouden;

plan:

het Bestemmingsplan Bolsward Kom van de gemeente Bolsward;

 

plankaart:

de plankaart van het Bestemmingsplan Bolsward Kom, bestaande uit 2 plankaartdelen en het bijbehorende renvooi;

 

productiegebonden detailhandel:

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie on­dergeschikt is aan de productiefunctie;

 

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

 

recreatief medegebruik:

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

restauratieve voorziening:

een voorziening ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het ver­strekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of een mensa;

 

risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtin­gen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

 

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden ver­richt, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebe­drijf, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seks­automatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;


straat- en bebouwingsbeeld:

de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiën­teerd is;

 

supermarkt:

een gebouw of een ruimte in een gebouw, dat door zijn inrichting kennelijk bedoeld is voor detailhandel in (hoofdzakelijk) een grote verscheidenheid aan levensmiddelen door middel van zelfbediening;

 

verkeersveiligheid:

de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;

 

verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte voor de detailhandel;

 

verticale diepte van een gebouw:

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf het peil;

 

volkstuin:

gronden waarop niet-bedrijfsmatige teelt van groenten en/of fruit en het kweken van siergewassen wordt uitgeoefend;

 

volumineuze detailhandel:

detailhandel in goederen, die vanwege de omvang van de gevoerde arti­kelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto’s, boten, caravans, woning- en tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair;

 

voorbouwgrens:

de naar de weg gekeerde bouwgrens, met dien verstande dat, indien een bouwvlak gericht is op meerdere wegen de bouwgrens die door de ligging en/of de situatie ter plaatse als voorbouwgrens moet worden aangemerkt;

 

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;


voorkeurgrenswaarde:

de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

 

vuurwerkbedrijf:

een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de handel in vuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;

 

 

weg:

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen kunstwerken, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden;

 

winkel:

een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk be­doeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;

 

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van personen;

 

wooncentrum:

een accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging be­hoeven, zoals bejaarden of gehandicapten;

 

woongebouw:

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat met één of meer gemeenschappelijke toe­gangen en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

 

woonhuis:

een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

 

woonschip:

een zich in het water bevindend object, dat dient als woning;

 

woonsituatie:

de waarde van een gebied voor de woonfunctie door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder.