direct naar inhoud van Artikel 9 Bedrijventerrein - 2
Plan: Bolsward Kom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00640000040702VA01-

Artikel 9 Bedrijventerrein - 2

 

1.    Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Bedrijventerrein - 2 aangewezen gronden zijn be­stemd voor:

a.    bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1:

1.    onder categorie 1, binnen het gebied dat op de plankaart is aange­duid als “zone A”;

2.    onder de categorieën 1 en 2, binnen het gebied dat op de plankaart is aangeduid als “zone B”;

3.    onder de categorieën 1, 2 en 3, binnen het gebied dat op de plan­kaart is aangeduid als “zone C”, daarbij rekening houdend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

4.    onder de categorieën 1, 2 en 3, binnen het gebied dat op de plan­kaart is aangeduid als “zone D”;

5.    onder de categorieën 1, 2, 3 en 4 binnen het gebied dat op de plan­kaart is aangeduid als “zone E”, daarbij rekening houdend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

6.    onder de categorieën 1, 2, 3 en 4 binnen het gebied dat op de plan­kaart is aangeduid als “zone F”;

alsmede voor:

7.    een autoschadeherstelbedrijf, ter plaatse van de aanduiding “auto­schadeherstelbedrijf”;

8.    een bouw- en aannemersbedrijf, ter plaatse van de aanduiding “bouw- en aannemersbedrijf”;

9.    een constructiebedrijf, ter plaatse van de aanduiding “constructiebe­drijf”;

10.  een elektriciteitscentrale, ter plaatse van de aanduiding “elektriciteits­centrale”;

11.  een keuken- en badkamerbedrijf, ter plaatse van de aanduiding “keu­ken- en badkamerbedrijf”;

12.  een koffiebranderij/theehandel, ter plaatse van de aanduiding “koffie­branderij”;

13.  een rioolwaterzuiveringsinstallatie, ter plaatse van de aanduiding “ri­oolwaterzuiveringsinstallatie”;

14.  een zuivelfabriek, ter plaatse van de aanduiding “zuivelfabriek”;

15.  detailhandel in agrarische producten, ter plaatse van de aanduiding “detailhandel in agrarische producten”;

16.  een dumpwinkel, ter plaatse van de aanduiding “dumpwinkel”;

met uitzondering van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven, ten­zij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “vuur­werkopslag”, in welk geval de opslag en verkoop van vuurwerk is toe­gestaan;

b.    het wonen, ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”;

 

met daaraan ondergeschikt:

c.    restauratieve voorzieningen;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     wegen, straten en paden;

g.    openbare nutsvoorzieningen;

h.    water;

 

met de daarbij behorende:

i.      tuinen, erven en terreinen.

2.    Bouwvoorschriften

2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1 mogen uitsluitend worden ge­bouwd:

a.    bedrijfsgebouwen, alsmede een bedrijfswoning ter plaatse van de aandui­ding “bedrijfswoning” en de daarbij behorende gebouwen en overkappingen;

b.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en mas­ten.

2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde bedrijfsgebou­wen gelden de volgende bepalingen:

a.    het bebouwingspercentage van het bouwperceel zal ten hoogste 70% be­dragen;

b.    de afstand van een bedrijfsgebouw tot de as van de weg zal ten minste 10 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval de bestaande afstand geldt;

c.    de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens zal ten minste 5 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval de bestaande afstand geldt;

d.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 10 m bedragen;

e.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 10 m bedragen, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “afwijkende bouwhoogte”, in welk geval de bouwhoogte van een gebouw ten hoog­ste 15 m zal bedragen.

2. 3. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde bedrijfswonin­gen gelden de volgende bepalingen:

a.    een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”;

b.    er zal per bedrijf ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;

c.    de oppervlakte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 150 m² bedra­gen;

d.    de goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 6 m bedragen;

e.    de bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 10 m bedragen;

f.     de andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (be­drijfs)woonfunctie zullen bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen be­drijfswoning worden gebouwd;

g.    de goothoogte van andere gebouwen ten dienste van de (be­drijfs)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

h.    de bouwhoogte van andere gebouwen ten dienste van de (be­drijfs)woonfunctie zal ten hoogste 5 m bedragen;

i.      de bouwhoogte van overkappingen ten dienste van de (be­drijfs)woonfunctie zal ten hoogste 3 m bedragen;

j.      de gezamenlijke oppervlakte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de (bedrijfs)woonfunctie zal ten hoogste 50 m² bedra­gen.

 

2. 4. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder b genoemde andere bouwwer­ken gelden de volgende bepalingen:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedra­gen;

b.    de hoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedra­gen, met dien verstande dat:

1.    de hoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoog­ste 10 m zal bedragen;

2.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen, ten­zij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “af­wijkende hoogte antennemast”, in welk geval de hoogte van een antennemast ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen;

tenzij op de plankaart in een bouwperceel een andere hoogte is aangege­ven, in welk geval de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste de op de plankaart aangegeven hoogte zal bedragen.

3.    Specifieke gebruiksvoorschriften

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.1. van de algemene gebruiksbepalingen, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van bedrijfsgebouwen voor bewoning;

b.    het gebruik van andere gebouwen ten dienste van de (be­drijfs)woonfunctie voor zelfstandige bewoning;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven, anders dan welke zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1, ter plaatse van de aanduiding “zone A”;

d.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven, anders dan welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, ter plaatse van de aanduiding “zone B”;

e.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven, anders dan welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1, 2 en 3, ter plaatse van de aanduiding “zone C” of “zone D”, daarbij rekening hou­dend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

f.     het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven, anders dan welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1, 2, 3 en 4, ter plaatse van de aanduiding “zone E” of “zone F”, daarbij rekening hou­dend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

g.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzonde­ring van:

1.    productiegebonden detailhandel;

2.    een verkooppunt van motorbrandstoffen, exclusief LPG;

3.    detailhandel in agrarische producten, ter plaatse van de aanduiding “detailhandel in agrarische producten”;

4.    dumpwinkel, ter plaatse van de aanduiding “dumpwinkel”;

h.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor de opslag en verkoop van vuurwerk, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “vuurwerkopslag”, in welk geval de opslag en verkoop van vuurwerk is toegestaan;

i.      het gebruik van gronden en bouwwerken als opslag-, vul- of verkoop­punt voor LPG.

4.    Wijzigingsbevoegdheid

4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    bedrijven kunnen worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bij­lage 1 onder categorie 1, mits:

1.    het gebied op de plankaart is voorzien van de aanduiding “zone A”;

2.    het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel wor­den genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 1, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben;

3.    het geen risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

b.    bedrijven kunnen worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bij­lage 1 onder de categorieën 1 en 2, mits:

1.    het gebied op de plankaart is voorzien van de aanduiding “zone B”;

2.    het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel wor­den genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben;

3.    het geen risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

c.    bedrijven kunnen worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bij­lage 1 onder de categorieën 1, 2 en 3, mits:

1.    het gebied op de plankaart is voorzien van de aanduiding “zone C” of “zone D”, daarbij rekening houdend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

2.    het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel wor­den genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 3, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben;

3.    het geen risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

d.    bedrijven kunnen worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bij­lage 1 onder de categorieën 1, 2, 3 en 4, mits:

1.    het gebied op de plankaart is voorzien van de aanduiding “zone E” of “zone F”, daarbij rekening houdend met de van toepassing zijnde milieuafstand;

2.    het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel wor­den genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 4, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben;

3.    het geen risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;

e.    de ligging van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt gewijzigd, mits:

1.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten min­ste 3 m zal bedragen;

2.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

f.     de aanduiding “autoschadeherstelbedrijf”, “bouw- en aannemersbedrijf”, “constructiebedrijf”, “elektriciteitscentrale”, “keuken- en badkamerbe­drijf”, “koffiebranderij”, “rioolwaterzuiveringsinstallatie”, “zuivelfabriek”, “detailhandel in agrarische producten” of “dumpwinkel” van de plankaart wordt verwijderd, mits:

-       de betreffende functie ter plaatse is beëindigd;

g.    wordt afgeweken van de in de voorschriften opgenomen afstandseisen ten aanzien van de ligging van bedrijfsgebouwen, mits:

1.    de afstand van een bedrijfsgebouw ten opzichte van de weg ten min­ste 3 m zal bedragen

2.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde ho­gere grenswaarde;

3.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkun­dige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name rekening wordt gehouden met de oppervlakte en de ligging van een op het­zelfde bouwperceel gelegen bedrijfswoning;

h.    de aanduiding “bedrijfswoning” van de plankaart wordt verwijderd;

i.      de aanduiding “afwijkende bouwhoogte” van de plankaart wordt verwij­derd;

j.      de aanduiding “afwijkende hoogte antennemast” van de plankaart wordt verwijderd;

k.    op de plankaart in een bouwperceel een (ander) bebouwingspercen­tage en/of andere bouwhoogte wordt aangegeven, mits:

1.    het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;

2.    de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen;

3.    de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;

l.      op de plankaart in een bouwperceel een grotere hoogte voor het bou­wen van andere bouwwerken wordt aangegeven, mits:

1.    de hoogte van antennemasten ten hoogste 25 m bedraagt.

2.    de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 10 m bedraagt;

 

 

 

m.   de aanduiding “detailhandel” op de kaart wordt aangebracht, mits:

1.    het uitsluitend gaat om detailhandel in auto’s en autoaccessoires, fiet­sen, kampeermiddelen, boten, keukens en sanitair, meubelen en woninginrichtingartikelen, bouwmaterialen, plant- en dierbenodigd­heden en tuininrichtingartikelen;

2.    deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast op het bedrij­venterrein Hollandiabuurt voorzover het betreft de percelen di­rect gelegen aan de weg Industriepark;

3.    in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf  wordt voorzien;

4.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van bestaande detailhandelscentra in de regio, zowel in kern-winkelge­bieden als in andere detailhandelsconcentraties. Hiervan wordt in ieder geval geacht geen sprake te zijn als er sprake is van een toe­voeging ten opzichte van het bestaande aanbod.

 

4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusitua­tie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.    Procedurebepalingen

5. 1. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder a t/m d is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.

5. 2. Op de voorbereiding van een besluit tot een wijziging als bedoeld in lid 4.1. onder e t/m m is de volgende procedure van toepassing:

a.    een ontwerpwijzigingsbesluit ligt gedurende vier weken ter inzage op het gemeentehuis;

b.    Burgemeester en Wethouders maken deze ter-inzage-legging van te vo­ren bekend in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

c.    in de bekendmaking wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen gedurende de ter-inzage-legging.